De Oversteek, Nijmegen: bakstenen brug omarmt de Waal

In november 2013 is in Nijmegen de nieuwe stadsbrug De Oversteek geopend. Deze imposante boogbrug verbetert de bereikbaarheid van de stad en zorgt voor een betere spreiding van het verkeer. Het ontwerp is van het Brusselse bureau Ney Poulissen Architects & Engineers en bestaat uit vier delen: aanbrug noord, aanbrug zuid, talud zuid en het stalen brugdeel. Voor de aanbruggen op de noord- en zuidoever zijn zowel beton als baksteen gebruikt. Deze bijzondere materiaalkeuze geeft de brug een kenmerkende eigenheid die voor iedereen herkenbaar is.

Nijmegen was dringend toe aan een tweede oeververbinding. De oude Waalbrug – destijds nog de grootste overspanning in Europa – dateert uit 1936 en is inmiddels ontoereikend om de groeiende verkeersstroom met succes te verwerken. Daarom is een nieuwe brug gebouwd die sinds eind november 2013 Nijmegen-West verbindt met het nieuwe stadsdeel de Waalsprong, aan de overkant van de Waal. Aan de bouw van de nieuwe stadsbrug ging een unieke gunningprocedure vooraf. De Luxemburgse architect en ingenieur Laurent Ney van het winnende bureau Ney Poulissen vertelt: “Er doken gelijk twee verrassingen op: het budget was van tevoren vastgesteld en het budget was geen ‘selectiecriterium’. Dit was een ‘Copernicaanse revolutie’ in de geschiedenis van ontwerpwedstrijden. Het budget is in een normaal ontwerpproces het gevolg van het ontwerp. En in de meeste wedstrijdprocedures is de bouwprijs één van de selectiecriteria.”

Op zoek naar maximale beeldkwaliteit

Met een gelijk budget moesten gegadigden het verschil vooral maken in beeldkwaliteit en onderhoud. In het beeldkwaliteitscriterium waren verschillende subcriteria opgenomen zoals verblijfskwaliteit, ruimtelijke samenhang en het rivierlandschap. Het team van Ney speelde hier onder andere op in door veel aandacht aan de materialisatie te schenken. De hoofdoverspanning is opgetrokken uit staal, de aanbruggen uit geschakelde betonnen schalen die zijn bekleed met baksteen. Vooral die laatste keuze is opmerkelijk. Ney legt uit: “De gemeente vroeg om een stadsbrug, terwijl de brug juist daar ligt waar geen stad is. Ook de lengte (1,2 kilometer red.) is niet typisch voor een stadsbrug. Door baksteen te kiezen, hebben we toch de identiteit van Nijmegen in de brug gebracht. Het onderhoudsaspect van de gunning is daarnaast op een levensduur van 100 jaar ingeschaald. Van baksteen weten we dat dit zonder problemen zelfs voorbij die levensduur fier overeind staat. Het veroudert bovendien mooi en vereist weinig onderhoud.”

Lokale baksteen

Voor de bogen van de brug is gekozen voor een roodbruine baksteen. Ney: ”Ik kan me goed herinneren dat we in de showroom van Wienerberger wel honderd verschillende bakstenen zagen passeren. Eén steen viel bij ons gelijk in de smaak. Het bleek dat deze in de steenfabriek in Haalderen wordt geproduceerd, vlakbij Bemmel, op steenworp afstand van waar de brug wordt geplaatst. Toen wisten wij genoeg. Een lokale steen, die er goed uitziet en ook nog eens gemaakt wordt van rivierklei uit de Waal zelf: dan heb je de goede keus gemaakt.” Een strook van het brugdek aan beide zijden van de brug is bestraat met een vergelijkbare straatbaksteen, waardoor de kleur van de zijwanden overloopt in het straatwerk. De architect denkt dat het voor een succesvolle verbinding van de brug met de nieuwe wijken zelfs goed is dat de bouwers in de nieuwe wijk met diezelfde rode bakstenen aan de slag gaan. Ook de onderdoorgangen van de brug zijn aan beide zijden gemetseld. Om hiervoor ruimte in het budget te maken, zijn de bakstenen voor de zijwanden als klamp verwerkt. “Dit wil zeggen dat de baksteen op zijn kant verwerkt wordt. Op deze manier heb je nog maar de helft van het aantal stenen nodig. Door op één plek te besparen hebben we dus meer kwaliteit gecreëerd op andere locaties.”

De brug omarmt de rivier

De bouw van De Oversteek maakt deel uit van een grootschalige gebiedsontwikkeling rondom de Waal. Het doel is dat de rivier in de toekomst niet langer langs, maar door Nijmegen stroomt: ‘Nijmegen omarmt de Waal’. De Oversteek sluit naadloos aan bij dit plan. “In de opdracht werd om een minimumoverspanning van 240 meter gevraagd. Maar omdat de vaargeul niet gecentreerd is op de Waal, zou je op één zijde een pijler moeten plaatsen in de rivier. Eén van de belangrijkste ontwerpbeslissingen was daarom om de hoofdoverspanning op te rekken tot 285 meter zodat de boog gecentreerd over de rivier valt. Dit is onze manier om respect te tonen voor de Waal, deze werkelijk te omarmen en de as van de rivier te bevestigen.”

Meer dan een verkeersader

De brug is officieel eind november in gebruik genomen en de verkeersdrukte in en rondom Nijmegen neemt voorzichtig af. De brug is echter veel meer dan een verbinding van het hart van de stad naar de nieuwe buitenwijk. Ney: “Onze omgeving is te beperkt om restruimte te laten ontstaan. Infrastructurele projecten moeten in mijn ogen daarom altijd versmelten met de stad. Onder deze brug zijn bijvoorbeeld vrije ruimtes van vijftig bij dertig meter. Deze stadskamers kunnen straks ingezet worden voor concerten, als tentoonstellingsplekken of gemeenschappelijke ruimten voor bewoners. Zo gaat er geen ruimte verloren en is de brug een echt onderdeel van de openbare ruimte. ”De invulling van deze stadskamers is bewust nog niet definitief gemaakt. “De brug moet er minstens 100 jaar staan, dan moet je niet alles in het eerste jaar invullen. Het is aan de volgende generaties om te bedenken hoe zij dit willen doen. Het ontwerp is robuust genoeg om je fantasie de vrije loop te laten.”

Integrale architectuur

De gedachte dat infrastructuur en stad één zijn is typerend voor het werk van Ney. “In ieder ontwerp streef ik ernaar zo veel mogelijk elementen zo goed mogelijk met elkaar te verbinden. De economie, ecologie, geschiedenis en stedenbouw van een locatie bijvoorbeeld. Bij De Oversteek komt de economie tot uiting doordat we binnen een zeer beperkt budget toch een heel interessante brug hebben gemaakt. Ecologisch, want met lokale materialen die heel lang meegaan en weinig onderhoud vereisen.”

Een prachtig voorbeeld van de integratie van geschiedenis en infrastructuur is de door Ney ontworpen Brug van Vroenhoven, de nieuwe brug over het Albertkanaal dat Antwerpen met Luik verbindt. Precies op deze plek begon de Tweede Wereldoorlog voor België, waarvan de bunker naast de brug een stille getuige is. Het steunpunt aan de kant van Riemst bestaat uit een imposant massief en verenigt in één bouwwerk een museum- en landhoofdfunctie. Het gebouw loopt door onder de brug en zorgt voor een sterke verbinding zowel visueel als in de tijd.

Eerbetoon aan het verleden

De parallel met De Oversteek is opvallend. Deze nieuwe brug ligt precies op de plek waar Amerikaanse soldaten bijna 70 jaar geleden de Waal overstaken. Ook deze geschiedenis heeft Ney respectvol in zijn kunstwerk verweven. Elke avond gaan de achtenveertig lampen op de brug één voor één aan in het tempo van een mens die oversteekt. En nadien gaat de hele verlichting van de brug aan. Waarom precies achtenveertig? “Omdat dit het aantal Amerikaanse soldaten is dat destijds is overleden. Elke avond worden zij en de oversteek zo symbolisch herdacht. ”Dit gebeurt bewust met weinig middelen. “Zonder extra herdenkingssteen, maar met de brug zelf die als symbool samen met de bewoners stilstaat bij het verleden. Net als met het bakstenen metselwerk op de zijwanden creëer je zo een duidelijke, functionele meerwaarde zonder overbodige tierelantijnen. Die zaken zijn belangrijk voor mij.”

Dit artikel is eerder verschenen in Wienerberger Vision, het inspiratiemagazine over keramisch bouwen van Wienerberger.