Duurzaamheid: zichtbare versus onzichtbare oplossingen

“Ik zal eerlijk zijn, voor het energieverbruik van ons gebouw doet het niet veel, maar ja, het ziet er wel groen uit.” Ik sprak onlangs een facilitymedewerker van een middelgroot kantoorgebouw die zich openhartig uitliet over de windmolen die sinds kort op het dak van dit pand prijkt. Groen als hijzelf is, heeft hij nog geprobeerd zijn baas op andere gedachten te brengen, helaas zonder resultaat. Zichtbare oplossingen krijgen kennelijk nog altijd vaak de voorkeur boven niet-zichtbare toepassingen.

Allereerst moet ik zeggen dat het natuurlijk niet altijd zo gaat. Zichtbare toepassingen zijn soms gewoonweg effectiever dan hun verstopte collega’s. Daarnaast bespaart zo’n windmolen ook gewoon energie, hoe je dit ook wendt of keert (liefst zo vaak mogelijk natuurlijk). Er is hier dus lang niet altijd sprake van een gevalletje WNF waarover ik eerder schreef. Toch is hier wel wat aan de hand en onderzoek bevestigt dit. Gemiddeld de helft van de ondervraagde bedrijven (waaronder installateurs, aannemers, corporaties, architecten en ontwikkelaars) vindt namelijk dat zichtbare maatregelen het in de praktijk winnen van niet-zichtbare maatregelen.

De achterliggende gedachte is natuurlijk dat zichtbaar duurzame maatregelen weliswaar soms minder effectief zijn, maar het toch verliezen omdat (bijvoorbeeld) opdrachtgevers zich hiermee moeilijker profileren. Met andere woorden: ze kiezen een mindere maatregel omdat ze de buitenwereld hiermee laten zien duurzaam te zijn. Een slechte zaak, omdat het doel van duurzaamheid hiermee voorbij wordt geschoten. In de theorie zou er altijd gekeken moeten worden welke toepassingen het effectiefst zijn om een bepaald project of gebouw zo duurzaam mogelijk te maken (zonder dat dit natuurlijk ten koste gaat van de leefbaarheid).

Nieuwe economie

Het valt me op dat veel bedrijven de voorkeur geven aan zichtbare maatregelen omdat ze moeite hebben om niet-zichtbare maatregelen te verkopen of om ermee naar buiten toe te treden. Dat is een gevaarlijke ontwikkeling, omdat het juist voor diegenen waarvoor er vaak zichtbaar gebouwd wordt (de gebruiker, de consument, de klant) makkelijker wordt om hier doorheen te prikken. Daan Bruggink van ORGA architect spreekt op de woningmarkt zelfs van een nieuwe economie. Hij bedoelt hiermee dat mensen tegenwoordig een huis kopen om te wonen en niet als investering in hun volgende woning. Ze willen daarom weten wat er achter hun gepleisterde wanden schuilgaat: welke materialen zijn gebruikt? Hoe duurzaam zijn deze? Dankzij internet en social media kunnen ze bovendien met een paar muisklikken bedrijven die aan greenwashing doen nat laten gaan.

Maak het onzichtbare zichtbaar

De bouw wordt hierdoor gedwongen om niet alleen zichtbaar, maar (vooral) niet-zichtbaar groen te worden. Tegelijkertijd neemt het belang om deze verborgen investeringen aan de oppervlakte te brengen toe. Maar hoe doe je dit, het niet-zichtbare zichtbaar maken? De eerste stap spreekt voor zich: praat erover. Zorg voor transparantie, communicatie en marketing richting stakeholders. Op die manier kunnen zij ook buiten die windmolen op het dak om zien welke keuzes je maakt op het gebied van MVO. Doe dit niet alleen naar je klanten of leveranciers, maar met name richting het personeel. Als de facilitymedewerker uit mijn voorbeeld betrokken was bij het duurzame beleid en hierover had mogen meedenken, zou hij tegen mij niet zonder twijfel niet zo negatief zijn geweest. Hij was in dit geval zelfs een uitstekende ambassadeur geweest, omdat hij er al voor open staat.

Visualiseren

Installatiebedrijf Unica werkt bij de ingang van hun kantoorgebouw in Hoevelaken al ruim een jaar met een Greenscreen. Manager marketing & sales Arnoud Siekmans legde me vorig jaar uit waarom: “De meeste duurzame maatregelen zijn niet zichtbaar. Onze afnemers worstelen daarom vaak met de vertaalslag van hun duurzame gebouw naar de bezoekers en werknemers. Dit beeldscherm geeft de energieprestaties van een bedrijfspand in Jip & Janneke taal weer. De opbrengst van de zonnepanelen wordt bijvoorbeeld omgerekend in het aantal spaarlampen dat we een jaar lang kunnen laten branden.” Resultaat? Betrokkenheid, zichtbaarheid en draagvlak.

Nieuwe techniek

Tegenwoordig gebruikt bijna iedere organisatie vooral keurmerken om duurzaamheid zichtbaar te maken. Maar de dagelijkse bezoeker zal dit niet veel zeggen. Hij kan niet ruiken dat er zonnepanelen op het dak liggen of vermoeden dat hij over duurzaam geproduceerde en recyclebare vloerbedekking loopt. Om precies dat probleem op te lossen ontwikkelde Marco Dees zijn Greencode. Een simpel logo in een gebouw of een ruimte is genoeg om bezoekers en gebruikers te laten zien hoe groen je bent. “Wanneer je op een gebouw het Greencode logo ziet, scan je met jouw smartphone de QR-code in het logo. Je krijgt dan direct alle informatie over duurzaamheid van dat specifieke gebouw te zien. Bijvoorbeeld dat het gebouw 70% van zijn energie uit aardwarmte haalt.”

Leren van een suitehotel

Maar voor wie uiteindelijk echt wil weten hoe je als bedrijf zichtbaar maakt dat je meer doet aan duurzaamheid dan zonnepanelen op het dak, nodig ik uit een nachtje door te brengen in het Rotterdamse Suitehotel Pincoffs. Eigenaren Edwin en Karin van dit stijlvolle en luxe hotel aan de oever van de Nieuwe Maas hebben duurzaamheid tot een kunst verheven. Aan de hand van het motto ‘groen met een glimlach’ planten ze zelfs een zogenaamd Pincoffs’ Bos in de Panamese provincie Vereguas. Waarom? “We hebben een Green Key Gold, maar wilden onze duurzaamheid zichtbaar maken.” Vergadergezelschappen kunnen nu een boom kiezen die wordt geplant in Panama. Ze mogen de boom zelf selecteren en zien deze terug in de kamer, als schijfje met daarin een groen hart.” Een bos ver van je bed, zichtbaar maken op het nachtkastje.

Groen omdat je dit wilt

Maar Edwin en Karin leren ons daarnaast misschien wel een nog belangrijkere les. Dat kiezen voor meer dan alleen zichtbare duurzaamheid zeker niet ten koste gaat van de kwaliteit, integendeel zelfs. En uiteindelijk is dat waar de bouw naar streeft en ook waarom architect Daan Bruggink gekozen heeft voor biobased bouwen. Niet om te laten zien dat je duurzaam bent, niet om te voldoen aan bepaalde keurmerken of meetinstrumenten, maar omdat het simpelweg beter is voor ons allemaal. “Momenteel zijn er twee stromingen”, zegt Daan. “De architect die toewerkt naar hoge scores op keurmerken als BREEAM, maar dit nog wel doet met veel staal en glas en installaties. En de architect die gebouwen neerzet met goede, biobased materialen die in sommige gevallen tot een lagere duurzaamheidsscore leiden. Het spreekt voor zich dat ik voor die laatste stroming kies.” Wat hij hiermee volgens mij bedoelt, is dat je de keuze hebt om vooral duurzaam te bouwen voor de buitenkant of dat je dit als overtuiging kunt doen. Laten we hierbij Edwin, Karin, Daan en Marco volgen. Of, om met die evergreen uit de jaren ’90 te spreken: ‘Een beter milieu begint bij jezelf’.